15 jaar geleden kreeg ik twee houten stoeltjes van mijn vader. Een beetje een gek model, met een smalle, flexibele rugleuning en 4 dunne metalen poten. Ik vond ze direct al leuk. Ze stonden al een jaar aan de tafel van mijn studentenkamer toen ik een inscriptie ontdekte met FH erop.

Voor de lol zocht ik in de interieurboeken van mijn kunstacademie naar de betekenis ervan: producent Fritz Hansen. Ik ontdekte dat de ontwerper een zekere Arne Jacobsen was. Een Deense architect die naast gebouwen ook ruimtelijke objecten maakte. Zoals kranen, bestek en meubels, maar zijn stoelen zijn verreweg het bekendst.

FH logo

De Mier, de Mug, de Tong en de Vlinder

Mijn stoeltjes bleken onderdeel te zijn van een familie met één hele bekende zus: De Vlinder. Jacobsens meest bekende stoel en ongelooflijk veel gekopieerd. De familie van mijn stoeltjes telt zes leden, allen ontworpen tussen 1952 en 1957 en naast een productnaam allen voorzien van een bijna liefkozende bijnaam: 3100, de Mier (ontworpen voor een pharma bedrijf), 3105, de Mug, 3102 en de Tong (beide ontworpen in opdracht van de Munkegaard school), 3107, de Vlinder, 4130, de Grand Prix (vernoemd naar een prijs die de stoel ooit won) en de 3103 (waarvan ik de bijnaam niet ken). Alle zes de stoelen ogen eenvoudig en hebben één overeenkomst: de rug – en zitting zijn uit één stuk triplex gebogen.

Stoelen

De 'gewone’ aspecten waren de tijd vaak ver vooruit

Langzaam maar zeker ontdekte ik steeds meer feiten over de stoeltjes en raakte enthousiast over de verhalen van de ontwerper zoals de innovatieve technieken die hij toepaste, de aanleiding voor het ontwerp of de relatie met zijn producent (Zo gaat het verhaal dat Fritz Hansen het ontwerp voor de Mier aanvankelijk helemaal niet zag zitten en wilde m dan ook helemaal niet produceren. Jacobsen beloofde dat hij de gehele voorraad zou kopen als deze niet verkocht zou worden, waarmee Fritz Hansen instemde…)

De ‘gewone’ aspecten van een stoel bleken niet zo gewoon te zijn, maar waren de tijd vaak ver vooruit.

De ‘gewone’ aspecten van een stoel, zoals het vormen van hout, koppelen van metaal aan hout, rubber of plastic, stapelbaarheid bleken niet zo gewoon te zijn, maar waren de tijd vaak ver vooruit.

In mijn speurtocht ontdekte ik natuurlijk nog veel meer ontwerpers die toonaangevende ontwerpen maakten voor stoelen (en ander meubilair). Bekende namen zoals Eames, Kramer, Saarinen, Nelson, Rietveld, Stam, Bertoia, Breuer, Gispen, Prouve, Panton, Wegner en Aalto hebben menig ‘klassieker’ ontworpen. Daarnaast is het heel interessant wie de producenten zijn van al dat mooie spul. Vaak hebben ontwerpers voor meerdere producenten gewerkt en op die manier hun oeuvre verspreid over de gehele (veelal) westerse wereld. Enkele voorbeelden: Vitra, De Cirkel, Ahrend, Knoll, H. Miller, Meurop, Thonet, Cassina, Wilkhahn, F. Hansen, Zanotta en Gispen zijn namen die je absoluut moet kennen.

Stoelen

Een sympathie die verder gaat dan de 1e esthetische waardering

Ze zeggen weleens dat je klassieke muziek moet leren luisteren. Met het vaker luisteren van een stuk waardeer je opeens bepaalde dissonanten, hoor je de onderstroom aan instrumenten, snap je wat een componist heeft willen doen in de tijd waarin hij het stuk schreef.

Een stoel is een object om op te zitten. Je kunt ‘m mooi vinden of lelijk. Maar met de nieuwe verhalen ontwikkelde ik een sympathie voor ‘de stoel’ die verder gaat dan de eerste esthetische waardering.

Zitten wordt bijzaak, de stoel is opeens een stille getuige van de ontwikkeling van de tijd.

De Vlinder, de Barcelona chair, de kuipjes van Eames: prachtige stoelen, en ‘makkelijk te snappen’. Maar hoe vaker je kijkt, hoe meer verhalen je kent, hoe meer verbanden je kunt leggen tussen stoelen uit een bepaalde periode, hoe meer waardering je krijgt voor juist de gekkere modellen. Zoals de bijzondere smalle hals van de Mug of de drie poten van de Mier (waardoor je eigenlijk nooit stabiel zit). Zitten wordt bijzaak, de stoel is opeens een stille getuige van de ontwikkeling van de tijd.

Een stoel is nooit meer alleen een stoel

Eenmaal bekend met de verhalen, is een stoel nooit meer alleen die stoel. Zodra een vintage meubelzaak, de kringloopwinkel, rommelmarkten, Koninginnedag… jachtterrein worden voor het vinden van dat mooie ontwerp die de tand des tijds heeft doorstaan, dan weet je: stoelen verzamelen is een obsessie.
Eén troost: Een stoel hoeft niet duur te zijn om een waarde te vertegenwoordigen. Juist de authenticiteit en een verhaal bepalen de echte waarde.



Volgende week…

Hoe je de authenticiteit herkent en hoe je weet of je teveel betaalt? Lees het in de volgende column: wat is top en wat is flop?



  1. Intro
  2. Wat is er leuk aan het verzamelen van stoelen18 mei
  3. Waar moet je op letten25 mei
  4. Places to be3 juni