Bas Koopmans, een ontwerper die Fontanel al een tijdje in de gaten houdt. Zijn werk voor o.a. DumDum, Fresku, Walk the Line, Femke Agema en onlangs Klijs & Boon springt in het oog vanwege de crispy, eigentijdse vormgeving.
Ernstig simpel met een olijke knipoog. Iets zegt me dat hij zijn vak heel serieus neemt, maar zichzelf niet zo. Dat maakt hem en zijn werk aangenaam en laagdrempelig in de omgang. Fontanel vroeg hem over zijn tijd op de HKU, over zijn werkproces, raakvlak met de muziek en inspiratiebronnen.




Hoi ik ben Bas. Ik noem mezelf een ontwerper, zegt misschien niet heel veel want tegenwoordig is iedereen dat. We leven in een tijd waarin een tool makkelijk verkregen is, je koopt een computer, download photoshop, en klaar. En wie ben ik om te zeggen dat dat niet zo is. Ik probeer door middel van beeld en typografie ideeën vorm te geven waarbij identiteit een belangrijke rol speelt. Dat is het ongeveer.


Bas aan de kerstkaart

Wat heb je op de HKU het meest geleerd?
Ik denk dat ik vooral heel veel van de academie heb geleerd nadat ik de hem had afgemaakt. Het ging op school altijd maar over 'concepten’, en ik had het idee dat een concept een wereld verbeterend iets was, iets wat ik natuurlijk niet kon bedenken omdat die lat veel te hoog lag. Ik heb me pas na mijn afstuderen gerealiseerd wat ze me hebben proberen bij te brengen.


Ik denk dat ik in essentie de basis van wat ik nu doe vroeger van thuis heb mee gekregen. Wij maakte voor Oud&Nieuw met het hele gezin zelf de nieuwjaarskaarten en in de zomer de vakantiekaarten. En dan niet door theezakje-labeltjes te vouwen. Het was altijd last-minute stress en ruzie, maar het werden wel altijd toffe dingen. Ik herinner me nog goed dat we de complete kerst van 1988 hebben gespendeerd door met stiften op enorme vouw-kaarten de tekst “Wij wensen jullie een REUSACHTIG 1989” in te kleuren. Stuk voor stuk. Ook de kaart voor een vakantie naar Zweden was een classic, hier stond iets op als “smår öked eurie meurie et Sverige”, wat niks betekend maar wel heel Zweeds klonk, en er zat een echt stukje knäckebröd bij. Mijn Oma dacht dat de kruimels zaadjes waren en heeft ze nog geplant, want die crackers hadden de post natuurlijk niet overleeft.


Het waren misschien voor de hand liggende grappen, maar het heeft bij mij de basis gelegd in hoe ik nu nog werk. Je kan heel duidelijk een relatie leggen tussen dat knäckebröd en het krijtje in de hoes die ik voor Fresku maakte. Thanks mom & dad.

← Kerst in 1988, huize Koopmans



Baster voor Fresku



Kan je iets vertellen over jouw beleving van het ontwerpproces?

Ik denk dat voor iedereen geldt dat een proces begint samen met de klant. Een goede klant legt een aantal kaders neer, waarvan het jouw taak is om te zien waarom die kaders er zijn, en om deze dan vervolgens totaal te negeren. Veel ontwerpers zeggen vaak 'ik vind vrijheid belangrijk’, maar dat vind ik een beetje onzin. Die vrijheid kies je, en je hebt altijd de vrijheid om iets wel of niet te doen.


Omdat ik veelal alleen werk begint mijn proces meestal met een typografische zoektocht. Ik ga gewoon dingen maken, typografische oplossingen zoeken waarmee ik voor mezelf inzichtelijk kan maken waar ik met het werk naar toe wil, maar dit proces is eigenlijk meer een katalysator om tot een idee te komen. Soms ontstaat er een goed idee, soms slecht, maar er gebeurt altijd wel wat. En als er eenmaal een idee is komt er altijd wel meer. Ik blijf die onvoorspelbaarheid het moeilijkste vinden.

“The frightening and most difficult thing about being what somebody calls a creative person, is that you have absolutely no idea where any of your thoughts come from.” -art & copy

Ik probeer altijd door te werken tot ik iets heb waar ik in geloof, dat betekent vaak dat je veel meer tijd ergens aan besteedt dan dat er budget is, maar dat doe ik vooral voor mezelf, het is uiteindelijk ook ‘mijn’ werk, en niet alleen maar een opdracht. Ik geloof in compromisloos werk. Zodra er veel verschillende meningen in verwerkt worden, wordt het meestal een gemiddelde daarvan. Ik bedoel dan niet dat het dan perse ‘slecht’ wordt, maar minder puur. Dit betekent natuurlijk niet dat een andere mening mij niet interesseert of dat je als ontwerper altijd gelijk heb, maar ik denk wel dat je als ontwerper wordt gevraagd om de keuzes en beslissingen die jij maakt.


Voor iedere opdracht zijn 100.000 richtingen en mogelijkheden te kiezen. Ik geloof er niet in dat er één ‘juist’ ontwerp is, iedere ontwerper zal met iets anders komen, en dat kan allemaal even goed zijn. Mijn idee is dus niets meer dan mijn idee. Ontwerpers praten vaak over ‘probleem’ en de ‘oplossing’. Ik vind om over ‘ontwerp-problemen’ te praten een arrogante houding, alsof je er boven staat en het antwoord hebt op alle vragen. Er zijn geen problemen, in Afrika zijn problemen. Wij hebben kansen. Mogelijkheden. En die moet je proberen te benutten.




Baster voor GiraGira

Hoe vindt je een balans tussen persoonlijk en commercieel werk?

Ik probeer zoveel mogelijk al mijn werk als persoonlijk te zien. Ook in een commerciele opdracht wil ik het werk voor mezelf maken en niet perse voor de opdrachtgever. In een ontwerp geef je identiteit aan iets, en daarmee vorm je tegelijkertijd je eigen identiteit als ontwerper. Dus geef je in wezen door ieder werk vorm aan je eigen wereld.
Het verschil tussen commercieel werk en werk zonder opdrachtgever zit hem vooral in wat je communiceert, en ik merk ook dat deze grens steeds dunner wordt. Voor het Hunters Go Hungry project met GEM was de vraag om een cd hoes te maken, maar het thema van de cd sloot zo aan bij thema’s waar ik me mee bezig houd als persoon, dat ik een heel autonoom project heb voorgesteld. De grens tussen mijn persoonlijke werk en waar het een opdracht is, is daarin totaal vervaagd. Dat is mijn ideale manier van werken.

Baster voor GEM
Baster voor GEM



Veel van je werk is zwart-wit. Kan je uitleggen waarom dat is?

Ik werk in uitgangspunt altijd in zwart wit, puur omdat ik niet zo goed met kleur om kan gaan. Als ik kleuren combi’s maak zijn ze altijd nét niet. Daardoor heb ik me gaandeweg gerealiseerd dat als iets in zwart-wit opgezet wordt het puur over vorm gaat, en dat vind ik fijn. Eigenlijk is kleur voor mij een van de meest overschatte tools in visuele communicatie. Als je Mark Rothko heet is het natuurlijk een ander verhaal. Kleur kan zeker iets toevoegen, maar het wordt vaak te pas en te onpas gebruikt (“maak maar roze want dat ziet er wel lekker uit”), en dan laat ik het liever weg.

Bijna al je projecten hebben raakvlak met de muziek? Waar komt dat vandaan?

Muziek is alles. Er is geen medium wat zo direct mijn gevoel aanspreekt als muziek. Ik probeer me al mijn hele leven zo veel mogelijk te omringen met muziek. Ik jatte al heel vroeg de Walkman van mijn moeder om mijn bandjes van Turn up the Bass te kunnen luisteren. Muziek is een manier van communiceren die ik kan voelen, en niet hoef te begrijpen. Het is daarmee een van de grootste inspiratiebronnen die ik heb, en daarom niet meer dan logisch dat veel van mijn werk voortkomt uit muziek.
Bovendien komt taal me toe via muziek. Ik heb niet de rust om lange stukken tekst te lezen en poëzie begrijp ik vaak niet. Het zijn vaak vlagen of snippets, maar hoe er in songteksten vaak metaforisch wordt verteld spreekt me erg aan. Ik kan niet quoten of refereren aan dichters of schrijvers, maar wel aan zangers of rappers.

Baster voor Pitch Festival

Je hebt een heel eigen typografische handtekening, waarbij je het heft in eigen handen neemt. Vertel daar 'ns wat over?

Ik wil meteen zeggen dat ik geen typograaf ben. Ik heb daar te weinig geduld voor en de extreme precisie die dat vergt mis ik. Het gaat mij over het algemeen om de impact en identiteit van een letter en als het dan niet helemaal perfect spatieert of in iedere combinatie een evenwichtig beeld oplevert vind ik dat ondergeschikt.
Bij mij is dit ontstaan als logisch gevolg op de typografische experimentjes die ik in de loop der jaren heb gedaan. Ik ben steeds meer geïnteresseerd geraakt in de opbouw van een letter, en de honderden manieren waarop je deze kan deformeren en abstraheren, zonder dat de essentie verdwijnt. Vanuit een aantal letters voor een logo, ga je steeds stapjes verder en na een tijdje blijk je dan door lekker te klooien alle letters van het alfabet gemaakt te hebben. Daarbij loop je altijd tegen dingen aan waarbij de regels die je je zelf gesteld hebt niet opgaan en je een manier moet zoeken om dit te omzeilen. Het is een uitdaging die ik misschien meer als hobby zie dan werk.
Bovendien wil ik een project altijd zo veel mogelijk in de hand houden, dit betekent dat als ik een bestaand font gebruik, de identiteit van een project deels bepaalt wordt door een ander. Daar kan je natuurlijk niet altijd omheen, maar ik probeer typografie zo veel mogelijk aan te passen of te vervormen, waardoor het mijn typografie wordt, ook al is het maar een hele kleine ingreep. Bovendien is het vaak makkelijker om een font aan te passen of zelf te tekenen dan een font te vinden wat precies aan je behoeftes voldoet.


Baster Thank You

Waar haal je in het algemeen je inspiratie vandaan?

Ik denk dat inspiratie voor veel mensen uit dezelfde hoeken komt. We hadden het net al over muziek, maar ook mode, architectuur, autonome kunst en de actualiteiten zijn inspiraties. En al die dingen worden tegenwoordig op het internet door elkaar gegooid, op blogs word autonome kunst moeiteloos gecombineerd met beelden van half naakte meisjes en Muammar Kaddafi, en dat zie je ook heel erg terug in de praktijk. Ontwerpers worden fotograven, typograven worden schilders en mode ontwerpers maken kunst. Hetzelfde als wat in muziek gebeurd, 'eclectisch in de mix’ zeg maar.

Dit is aan de ene kant heel tof, maar het heeft ook zeker negatieve bijwerkingen. Er is langzamerhand een 'inspiratie-overload’ aan het ontstaan. De snelheid waarmee beelden verspreidt worden is moordend, waardoor je op alle blogs dezelfde beelden voorbij ziet schieten en tumblr overloaded is met hetzelfde. Iedereen wordt door de zelfde dingen geïnspireerd, waardoor regionale tradities en stijlen vervagen. Dat leidt denk ik tot vervlakking.

Het wordt steeds moeilijker om een originele invalshoek te vinden, want ieder idee dat je verzint kun je testen aan of het niet al bestaat. Google maar. Alle ideeën kun je direct vergelijken met projecten van over de hele wereld, waardoor de kans dat je iets gelijkends vindt heel groot is. Onlangs nog hebben we 2 dagen comics zitten verknippen, voor een idee wat ik had, aan het eind van de week stuurt iemand me een linkje van een dude die éxact gedaan had wat wij van plan waren. En dat gebeurt steeds vaker. Het gegeven ‘alles is al gedaan’ is natuurlijk een beetje cliché, maar ik denk dat wat er gedaan is wel steeds inzichtelijker wordt.
De houdbaarheid van werk wordt ook drastisch ingekort, eigenlijk is online een project 1 dag vers. Daarna zakt het weg in de blog structuur en is het oud nieuws geworden. Niet omdat het project niet goed is, maar er zijn al weer honderden nieuwe projecten die nieuwer aanvoelen en de aandacht opeisen.
Kortom, ik merk dat ik de grote bereikbaarheid van het internet steeds vaker als negatief ga beschouwen dan als een goede zaak.

Baster Halfpipe

Hoe verhoudt je werk met wat je daarnaast in je vrije tijd doet?

Alle dingen die ik doe hebben eigenlijk op een of andere manier wel weer te maken met mijn werk. Meedenken over de invulling van feestjes of een modelabeltje, alles is wel op een esthetische of inhoudelijke manier terug te leiden naar mijn basis. Ik zou het ook niet anders willen. Ik denk dat je met liefde moet doen wat je doet, en daarmee ook alle facetten van dat werk moet opzoeken en daar de mogelijkheden voor moet zoeken. Daardoor ben ik dus steeds bezig om nieuwe contexten te vinden om na te denken over vorm en inhoud.


Baster - Bas Koopmans

Wil je zijn werk in het echt bekijken? Kom dan vrijdag 4 november naar bike shop Pristine in Amsterdam, daar hangen een paar werkjes. Niks groots, maar wel gezellig! Meer info hier.

» Baster