Op de vierde verdieping van de Vijzelstraat 72 in Amsterdam bevindt zich de werkruimte van ontwerper en illustrator Frank '21bis’ Dresmé. De verschillende stijlen die Frank zich in de loop der jaren eigen heeft gemaakt tonen op het eerste oog de diversiteit van een geheel ontwerpbureau. Naar eigen zeggen heeft Frank zich na de academie bewust geleerd niet te veel in één stijl te werken en te denken. Hij vertelt ons over het ontstaan van de naam 21bis, ontwerpers die als voorbeelden gefungeerd hebben en doet hij een poging zijn eigen stijl te omschrijven.

21 Bis logo

Hi Frank, aangenaam! Ok, first of all, waar komt die naam 21bis eigenlijk vandaan?
In het laatste jaar van de academie was ik op zoek naar een alias van m’n naam als ontwerper. Alleen op het moment dat je daar bewust naar opzoek gaat is niets goed genoeg. Ik woonde toen al vier jaar in een vreselijk klein en vochtig kamertje op de begane grond van een erg gezellig huis met vrienden in Utrecht. In het examen jaar had ik echt meer ruimte nodig en ging ik opzoek naar een nieuwe kamer.

Taste Magazine

Maar na een tijdje bood een maat uit het huis aan om van kamer te ruilen en ik kreeg de grootste en meest relaxte kamer van het huis. Dit was de huiskamer van het voormalige appartement op nummer 21bis. Bis is in Utrecht en bijvoorbeeld Parijs het huis boven de begane grond, net als '1hoog’, 'B’, of 'Rood.

21bis was dus de eerste ruimte die ik als playground beschouwde en waar ik een jaar onafgebroken werkte aan o.a. m’n afstudeer project. Ik heb er ontzettend goeie herinneringen aan en ik denk dat die ruimte en het gevoel van vrijheid dat ik dat jaar had me erg goed geholpen heeft in de daaropvolgende jaren. In elk geval werd 21bis de naam, of alias, maar ik werk net zo graag onder m’n echte naam.

Wat is precies je achtergrond?
Op een bepaald moment ben ik ergens geboren waar ik een erg prettige jeugd heb genoten. Na de basisschool verkoos ik de grafische school in Haarlem boven een Mavo of Havo. Waarom weet ik niet precies meer, maar een beetje met drukpersen in de weer leek me toffer dan bijvoorbeeld Frans. Terugkijkend op die tijd lijkt blowen een van de weinige dingen die ik daar geleerd heb en achteraf gezien had ik toch ook wel graag Frans gesproken. Maar daarna heb ik, iets gemotiveerder, het grafisch lyceum in Amsterdam gedaan waar ik wel een hoop geleerd heb en een toffe tijd heb gehad. Ik kwam er daar ook – mede door stages – achter wat voor soort werk ik wilde maken en waar ik wel en niet zou willen werken. Daarna de HKU waar ik illustratie ging doen omdat ik het idee had dat werken met typografie en het technische gedeelte wel aardig gingen en ik beeldend wat verder wilde komen. Alleen was ik ook weer geen echte tekenaar en werkte ik aan andere manieren van beeld maken; veel plakken, knippen, sample, collage.

Een beetje onbewust heb ik die vier jaar aan een beeldend handschrift gewerkt zoals veel 'echte’ illustratoren dat doen. Echter na die vier jaar had ik wat dat betreft voor mezelf wel het onderste uit de kan gehaald en ben ik me weer wat meer op grafischer werk gaan richten. Zo blijf je een beetje bezig. Na de HKU ben in naar Amsterdam verhuist, nu drie jaar geleden, en sinds dien werk ik zelfstandig.

Roparosa

Hoe zou je je eigen stijl omschrijven?
Eigen stijl vind ik moeilijk om te zeggen. Ik denk omdat ik mezelf geleerd heb (vooral na de academie) niet te veel in een stijl te werken en te denken. Ik merk dat ik het lekkerst werk als ik het het allemaal een beetje kan afwisselen. Plakken, knippen en een beetje knutselen vind ik heerlijk maar niet twee weken achter elkaar, dan word ik gek. En zo werkt het ook met strak werk of werk op de computer, op een gegeven moment word ik er moe van en is het tijd voor wat anders. Met het soort klussen gaat het ook zo; kleine klusjes vind ik erg lekker. Even op een mooie dag een poster of logotje pompen, daar wordt ik gelukkig van. Maar als je in je weekend weer is drie flyers moet maken verlang je naar een groter project als een huisstijl, boekje of magazine. Een paar maandjes geleden heb ik nog samen met iemand een dikke week op vier pictogrammetjes zitten blokken. Erg tof om te doen, maar ik was ook blij toen het af was. Die diversiteit van klus en stijl is erg belangrijk voor me. Gelukkig heb ik meerdere vaste klanten waarmee ik de afwisseling erin kan houden.

Welke ontwerpers hebben voor jou door de jaren heen als voorbeelden gefungeerd?
Dit is net als het stijl ding erg verschillend. Op de academie keek ik het meest naar autonome kunstenaars (Robert Rauschenberg, Christian Boltanski, Jean Michel Basquiat, Tony Cragg, Antoni Tàpies) en qua ontwerp meer de handschriftelijke ontwerpers als Plastic Kid, THS, Hort, Neasden Contol Centre, Yokoland en de 178 aardige ontwerpers waar ik uiteindelijk stage gelopen heb. Maar tegelijkertijd was m’n één van m’n favoriete lessen die van Peter van de Hoogen (coup) en kocht ik boeken met Zwitsers grafisch ontwerp of van Wim Crouwel.

Nu ik alweer een paar jaar zelfstandig werk kijk ik op naar mensen die dat ook – al langer – doen en mooi en goed werk blijven maken. Ontwerpers die van niets iets kunnen maken en andersom, met of zonder vaste stijl. Ontwerpers die bij elke goed of slecht betaalde klus het werk zo ver mogelijk proberen te pushen. Bureau’s waar niet alles om de klant draait maar ook de gedachten en het handschrift van de ontwerper een rol speelt. En vooral ontwerpers waarvan er een beetje lol van het werk straalt. M’n hele bookmarks lijst kopieën lijkt me overbodig maar alleen al in Nederland zijn hier hele mooie voorbeelden van.

De ene keer handmatige geschreven typografie, de andere keer strakke typografie of illustraties maakt je werk erg verschillend. Doe je dit bewust?
Ja. Zoals ik eerder zei, ik geloof zowel in het vertellen van een verhaal met honderden, gelaagde, handschriftelijke beelden als een volledig uitgekleed beeld dat niets meer of minder communiceert dan de kern van je verhaal. Beide verschillende werelden, maar het één zou ik niet boven het ander kunnen verkiezen en gelukkig hoeft dat ook niet.

Frank Dresmé

Met welke projecten ben je op dit moment bezig?
Ik heb net weer twee magazines gemaakt. Een aantal dingen voor Perquisite. Vorige week heb ik een huisstijl voor mode ontwerpster 'roparosa’ afgerond. Er zijn een paar mode ontwerpsters waar ik dingen voor maak, dit is ook omdat m’n vriendin pr doet voor deze dames en ze helpt bij de ontwikkeling van de collecties. Omdat het bijna Fashion Week is heb ik ook daaraan nog behoorlijk wat werk.

Want er gaat niets boven je eigen werkplek.

Nowhere (een productiehuis voor jongeren in Amsterdam) is één van m’n vaste klanten waar ik graag voor werk, hiervoor maak ik volgende week weer een boekje.

Waar ik erg blij mee ben is dat ik nu een aantal eigen klanten heb en niet meer hoeft te freelancen in de zin van 'ergens op een bureau’ werken. Want er gaat niets boven je eigen werkplek. Ook geeft dat me de ruimte om in de loze uurtjes aan eigen ideetjes en projectjes te werken waar ik dit jaar meer tijd voor vrij wil maken. Weer een ander project is een maand op reis in februari en hier kijk ik op het moment het meest naar uit!

» 21bis.nl
» Bekijk ook het werk van zijn kamergenoot Stefan van den Heuvel